Preek Ds. J.W. Drost 7 september 2014

 

 

Uitleg en verkondiging

 

Gemeente van onze Heer,

 

Afgelopen donderdag was ik bij het concert, waarbij de dood van Bram Vermeulen, tien jaar geleden, herdacht werd. Op glorieuze wijze, in Den Bosch. Daar zal ik u verder niet mee vermoeien, maar ik vertel het, omdat op die avond een lied voorbij kwam, dat me bij de voorbereiding van de preek weer voor ogen kwam. Het heet: ‘Verlangen’. De eerste paar strofen lees ik u voor.

 

Er is een deel van mij in de Ardennen blijven steken
Een ander stuk ligt in Italië aan zee
Weer een ander deel is in Les Landes gebleven
Ik neem steeds minder van mezelf nog mee

Zo heb ik als ik weg ben te weinig mee van mij
Zodat ik daar niet lang kan blijven
En ik terug moet naar daar waarvan ik kwam
Om dan weer thuis te weten dat waar ik heb gezeten
Ook deze keer natuurlijk z'n deel weer van mij nam

Er is een deel van mij in jouw ogen blijven steken
Een ander stuk zit in de lijnen van je huid
Weer een ander deel is in je handen gebleven
Met steeds minder van mezelf kom ik uit

Zo heb ik als ik weg ben te weinig mee van mij
Zodat ik niet lang weg kan blijven
en zonder dat er iets gebeurde terug zal moeten gaan
Om dan bij jou te weten
Dat waar ik heb gezeten
Het deel dat ik bij jou laat
Ook zonder mij wel blijft bestaan

Gemeente, kan verbondenheid tussen twee mensen intenser worden omschreven? Ik was tot tranen toe geroerd, kan ik u zeggen, toen ik deze woorden hoorde…. Om te weten het deel dat ik bij jou laat ook zonder mij wel blijft bestaan…. Prachtig! Als twee mensen met elkaar het leven delen, het zijn, dan raken ze verstrengeld, verbonden. Dan laten ze op den duur een deel bij elkaar in de wetenschap, dat het er – mits er niet iets onverklaarbaar vervelends gebeurt – blijft zitten tot in der eeuwigheid. Maar wat nu als er een conflict is in een gemeente? Een conflict tussen geliefden? Hoe moet je daar dan mee omgaan in zo’n close relatie?

 

Je zou het een omschrijving kunnen noemen van wat Paulus in zijn brief ‘oprechte liefde’, of ‘innige liefde’ noemt. We kleuren de tekst van Bram Vermeulen in als een tekst die over geliefden gaat, mensen die huis, haard en lijf delen, maar als we Jezus volgen en ‘onszelf weg geven’, komen we toch ook aardig in de buurt van deze tekst. Dan blijven er delen van ons bij elkaar achter, om te koesteren…. als markeringsmomenten… momenten waarvan je kunt zeggen: toen heb ik het leven in al zijn diepte gepeild met hem/haar. Of ik heb de bodem van het leven gezien en de innige, niet los latende liefde van een ander heeft me er weer uit geholpen. De christelijke gemeenschap als een gemeenschap van liefde en warmte… dat is het ideaalplaatje waardoor de kerk in deze wereld een geluid kan laten horen, een tegenkracht kan zijn tegen geweld, haatzaaierij en eenzaamheid.

 

Lastig wordt het, als je in zo’n innige relatie van liefde, waarbij we bij elkaar herinneringen, prachtige momenten van nabijheid in planten, te maken krijgen met een ‘tegenover’-situatie. Paulus weet, zou je uit zijn woorden kunnen afleiden, hoe verdraaid moeilijk het dan wordt. Spitsroeden lopen. Je moet voorkomen, dat er ruzie ontstaat, je moet de ander in zijn of haar waarde laten, maar tegelijkertijd de kloof overbruggen. En dus lezen we bij Paulus adviezen als: ‘Wees eensgezind; wees niet hoogmoedig, maar zet uzelf aan tot bescheidenheid. Vergeld geen kwaad met kwaad, maar probeer voor alle mensen het goede te doen. Stel, voor zover het in uw macht ligt, alles in het werk om met alle mensen in vrede te leven’. Alles om te voorkomen dat er verdeeldheid komt in de gemeente van Christus.

 

Maar vreemd: zoiets kostbaars als liefde kan juist op zo’n moment omslaan in haat, teleurstelling, frustratie. Als Gerjon mij, in alle liefde die we samen delen, soms confronteert met iets wat ik niet goed doe, dan is dat de eerste opkomende reactie. ‘Hou op, bemoei je er niet mee!’ Frustratie. En als je dan denkt dat iemand er op uit is om ten koste van jou zijn of haar eigen positie te verstevigen, kan zoiets flink uit de hand lopen. Ineens. Terwijl die liefde van ‘een deel van mij in jou’ niet veranderd is. Als geliefden woon je in één huis, en zijn er verschillende momenten om er op terug te komen. In de gemeente, ook in de eerste eeuw na Christus, ligt dat anders. Dan kan zo’n klein begonnen conflict dat gekleurd is door aannames die misschien niet eens kloppen, tot een enorme ruzie uitgroeien. Paulus weet dat, lees ik door deze woorden heen, en hij wil er zich met alles wat in hem is tegen keren.

 

Waarom  hij dat wil, is wel duidelijk. Geestelijk gezien, en Paulus is de geestelijke leider van deze gemeente, omdat verdeeldheid niet laat zien dat Christus herder wil zijn van één kudde. Hij wil ook Heer zijn van Jood én Griek, van Europeaan én Aziaat, van twijfelaar én diepgelovige. Van iedereen dus, zonder aanzien des persoons. Verdeeldheid werkt dan wel erg tegen je als je zo’n beeld wilt uitdragen.

 

Maar pragmatisch zijn er natuurlijk ook 2 redenen: verdeeldheid verzwakt de gemeente, die als een kleine David staat tegenover een Goliathomgeving die haar vijandig gezind is. Elkaar vasthouden, alle energie stoppen in elkaar helpen en ondersteunen is dan de beste overlevingsstrategie. En één heldere boodschap, één duidelijke mening over Christus Messias, zijn leven en leer, versterkt die eenheid. Dus: en als beeldvorming naar buiten en vanwege de overlevingsstrategie moet verdeeldheid buiten de deur blijven. De beste remedie die Paulus daarvoor heeft, is deze:  Laat u niet overwinnen door het kwade, maar overwin het kwade door het goede.  Niet de strijd zoeken, maar op een andere manier overtuigen. Door goed te doen, door zó goed te doen, dat de ander denkt: hoe kan ik nou een hekel hebben aan een mens die zoveel goeds aan de dag legt?

 

Maar ja: soms moet het. Niet alles is goed, want als alles goed is, weten we niet meer wat we echt onder ‘goed’ verstaan. En dus moet je, hoe verbonden ook, soms het risico nemen om met elkaar de discussie, het gesprek aan te gaan met een ongewisse afloop. Dat juist Mattheus daar wat over meldt, is wel pikant. Want wat is het geval? In de periode van Mattheus is nog heel sterk in discussie of Jezus de verwachte Joodse Messias was, of dat hij juist een hele andere, nieuwe invulling had gegeven aan dat Messiasschap. Die discussie zou een splijtzwam kunnen zijn. Hoeveel temeer moet er dan aandacht zijn voor tweespalt op het niveau van gemeenteleden onderling? Kijk hoe zorgvuldig er wordt omschreven hoe conflicten tot een oplossing moeten worden gebracht. Eerst van gezicht tot gezicht. Kom je er dan niet uit, dan regel je een of twee mediators, en twee getuigen die bevestigen of ontkennen waar de zaak over gaat. Lukt het dan nog niet, dan wordt het een zaak van de gemeente, van de gemeenschap die moet bepalen of iemand na zijn gedrag deel kan blijven uitmaken van de groep. Dat kan ook betekenen dat iemand een status aparte krijgt of een uitzondering op de regel is. Als de hele groep daartoe dan maar besluit. Als de hele gemeenschap de uitzondering draagt, kan er geen conflict ontstaan, is de splijtzwam geneutraliseerd. En Jezus heeft die aanpak ingekaderd in het voorbeeld dat de kinderen moeten zijn voor gemeenteleden die elkaar de maat moeten nemen. Die passage staat er voor.

Vaak worden de woorden geïnterpreteerd als ‘een kind weet zich afhankelijk van God, is kwetsbaar, kan alleen de hand op houden.’ Dat is zeker een interpretatie die opgeld doet als het gaat om die discussies.

 

Er is een deel van het afhankelijke kind in mij blijven steken
Ik ben niet meer, ik zie wel wat het wordt…

 

Niet de loopgraven in met je eigen argumenten, maar verkennen wat een weg kan zijn, samen, binnen de gemeenschap. Verwondering is ook zo’n eigenschap die dan mee klinkt…. Is er niet iets nieuws te ontdekken? Kunnen we in onze woorden geen andere, derde weg vinden? En een derde eigenschap is het vergeten. Kinderen kunnen zich soms hevig druk maken over kleine problemen. Dan gaat het er stevig op. Maar is het probleem eenmaal getackeld, dan kunnen wij er als ouders nog tijden over denken, terwijl het voor het kind al lang niet meer speelt.

Goed, prima. Dat weten we dan: bij conflicten moeten we de ander overdadig pamperen zodat die uiteindelijk wel bij draait – de oplossing van Paulus – of in een tweegesprek het probleem uit de wereld helpen, en als dat met wat tussenstappen niet werkt, de gemeenschap laten bepalen hoe het conflict binnen de gemeenschap wordt opgelost – de oplossing van Mattheus.

 

Daarmee lijkt de beginvraag beantwoord. Maar het voelt niet helemaal als ‘klaar’. Want dat is gemeenschap. Kan ik er als individuele gelovige ook wat mee, ook als ik geen conflicten heb maar nu bijvoorbeeld prettig leef of even geen zorgen heb?

 

Zeker. Het eindigt zoals het begint. Alles begint met twee. Mens-mens…. Wanneer we even of wat langer met elkaar optrekken, worden we een stukje ‘deel van elkaar’. En als we daarna onze eigen weg weer gaan,

 

Blijft het deel dat ik bij jou laat
ook zonder mij wel bestaan…

Conflicten, meningsverschillen, momenten van nabijheid, ze smeden ons aan elkaar, geven ons eigen leven en dat van een ander bedding. En zou dat bij God ook niet zo zijn als we vanuit onze mensenwereld over Hem denken? Dat hoe langer we met hem optrekken een steeds groter deel van ons in hem geplant wordt? Dat we, als we steeds intenser met Hem optrekken, steeds dichter tegen hem aankruipen als we de koude, harde, onbegrijpelijke wereld te lijf moeten?

Want gaandeweg hebben we te weinig mee van onszelf
zodat we niet lang bij Hem weg kunnen blijven.

 

Twee is de basis. En ik heb daar dankzij Bram vanmorgen nog iets aan toegevoegd. Het besef namelijk dat je – door met elkaar op te trekken en steeds langer met elkaar op te trekken – een deel van jezelf in een ander plant. En dat je dat niet meer kwijt raakt. Als je dat beseft, worden conflicten kloven die je samen wilt oversteken, in plaats van aanleidingen om elkaar vanuit de loopgraven te kunnen bestoken. Je zou dat liefde kunnen noemen. Zeker. Liefde die tot het besef leidt dat het niet om gelijk gaat maar om een weg voor samen. En God blijft daar niet buiten. Ook Hij deelt Zichzelf, Zijn liefde, en plant een deel van Zichzelf in ons. Opdat we op den duur beseffen dat meningsverschillen en conflicten ons samen verder brengen. Omdat verschil van inzicht, verschil van inzicht ook iets goeds voortbrengen. Delen, elkaar leren kennen, elkaars drijfveren herkennen, het geloof om in Gods liefde kan er toe leiden. Paulus roept ons op, met die instelling voor ogen, in twist en nijd het goede te zoeken. Omdat we deze wereld in Gods ogen alleen maar verder brengen als we ons de woorden van Paulus ter harte nemen:

Laat u niet overwinnen door het kwade, maar overwin het kwade door het goede.

 

Het goede: een andere weg is er niet voor wie op deze wereld kiest voor het leven! Alleen, met elkaar, met onze God.

 

Amen

Ds. Jan Willem Drost, 7 september 2014, Druten


 

Verbinding

Samen zoeken naar sporen van God en geïnspireerd er gestalte aan geven door met elkaar een uitnodigend thuis te vormen.

 

Agenda

do nov 29 @ 7:00PM -
Adventsvesper (Mamre Druten)
zo dec 02 @ 9:30AM -
Eredienst Druten
zo dec 02 @11:00AM -
Eredienst Bergharen
zo dec 02 @11:00AM -
Eredienst Horssen
do dec 06 @ 7:00PM -
Adventsvesper (Lier Puiflijk)
zo dec 09 @ 9:30AM -
Eredienst Horssen
zo dec 09 @11:00AM -
Eredienst Druten
do dec 13 @ 7:00PM -
Adventsvesper (’t Trefpunt Deest)
zo dec 16 @11:00AM -
Eredienst Bergharen
do dec 20 @ 7:00PM -
Adventsvesper (Parochiecentrum Druten)
Copyright © 2018 Streekgemeente Maas en Waal. Alle rechten voorbehouden.
Joomla! is vrije software uitgegeven onder de GNU/GPL Licentie.

Copyright © 2013. All Rights Reserved.